Samenvatting van het convenant

 

Het convenant ‘Een kwaliteitscode voor EVC’ is op 14 november 2006 getekend door de convenantpartners. In dit convenant zijn afspraken gemaakt over de principes en uitgangspunten voor de kwaliteit van EVC.

Het doel van het convenant en daarmee de EVC-code is:

  1. Het meer toegankelijk maken van EVC. Duidelijk maken wat EVC is en hoe EVC moet worden aangeboden.
  2. Zorgen voor transparantie zodat EVC-procedures beter met elkaar kunnen worden vergeleken.
  3. Het bevorderen van civiel effect.

 Om deze doelen te kunnen bereiken zijn de principes en uitgangspunten voor de kwaliteit van EVC vastgelegd, evenals een systeem van kwaliteitszorg met erkende EVC-aanbieders in het Crebo, Croho en non-formele domein en beoordelende organisaties.

 

In artikel 9 van het convenant wordt aangegeven dat een EVC-procedure in kaart brengt in hoeverre iemand over bepaalde competenties beschikt, in relatie tot een functie- opleidings- of beroepsstandaard. De procedure resulteert in een ErVaringsCertificaat waarin een overzicht wordt gegeven van de in de vergelijking tot de standaard aanwezige competenties. Dit ErVaringsCertificaat heeft een eigenstandige waarde voor het individu en kan leiden tot:

  • Verbetering of behoud van de arbeidsmarktpositie.
  • Vrijstelling voor het volgen van onderdelen van een door de sector, branche, Suwi-ketenpartner of beroepsgroep erkende opleiding.
  • Het verkrijgen van een door de sector, branche, Suwi-ketenpartner of beroepsgroep erkend diploma of (deel)certificaat. In dit geval hoeft er geen sprake te zijn van een vervolgopleiding.
  • Vrijstelling voor het volgen van onderdelen van een door de minister van OCW/LNV vastgestelde/erkende opleiding. Het verlenen van vrijstellingen valt onder de verantwoordelijkheid van de examencommissie van de betreffende organisatie.
  • Het verkrijgen van een door de minister van OCW/LNV vastgesteld/erkend diploma of (deel)certificaat. Hier hoeft geen sprake te zijn van een vervolgopleiding. Het verstrekken van certificaten of diploma’s valt onder de verantwoordelijkheid van de examencommissie van de betreffende organisatie.

 Artikel 10 maakt duidelijk dat EVC de opstap kan zijn naar een scholingstraject op maat, gericht op het behalen van een diploma of certificaat. Maar artikel 10 vermeldt ook dat EVC niet verplicht mag worden gekoppeld aan een opleidingstraject en een waarde in zichzelf moet hebben. Deelname aan EVC moet te allen tijde los staan van instroom of inschrijving in een opleiding. Een EVC-traject eindigt voor de deelnemer met het verkrijgen van het ErVaringsCertificaat. Een eventueel vervolgtraject (scholing, opleiding of anderszins) maakt geen deel uit van EVC.

Artikel 10 tot en met artikel 16 geven aan dat - en hoe - de convenantpartners het gebruik van EVC en de EVC-code bij hun achterban bevorderen. Artikel 17 beschrijft de rol en de taken van het Kenniscentrum EVC.

 

Normtekst en werkafspraken

Artikel 3 van het convenant geeft aan dat de EVC-code verder wordt uitgewerkt in een normering. Deze normering moet dienen als het toetsingskader voor beoordelende organisaties om een uitspraak te kunnen doen over de kwaliteit van EVC. De beoordeling van EVC-standaarden (en bijbehorende EVC-procedures en organisatie) vindt plaats aan de hand van de normtekst.

Nadat de kwaliteitscode EVC eind 2006 in gebruik is genomen is een normtekst geformuleerd. Op basis van de ervaringen met het werken met de normtekst bij het uitvoeren van beoordelingen, is de normtekst begin 2009 bijgesteld en vastgesteld door de convenantspartners. De bijstelling betreft een verheldering en explicitering van de criteria. Deze bijgestelde normtekst brengt geen wezenlijke wijzigingen met zich mee ten opzichte van de voorgaande normtekst.

De normtekst vertaalt de in het convenant geformuleerde richtlijnen naar een instrument waarmee de beoordelende organisaties kunnen vaststellen of de EVC-aanbieders werken volgens de principes en uitgangspunten van de EVC-code.

Naast de normtekst bij de vijf subcodes van de kwaliteitscode EVC is een document ‘Werkafspraken’ vastgesteld door de convenantspartners. In overleg met de beoordelende organisaties zijn werkafspraken gemaakt over de werkwijze en aanpak van de beoordelingen en over de wijze waarop over die beoordelingen gerapporteerd wordt. Deze werkafspraken gelden voor alle beoordelende organisaties die actief zijn in het op grond van de kwaliteitscode EVC beoordelen van EVC-procedures van aanbieders en zijn opgenomen in de hoofdstukken 5 tot en met 9 van dit document.

Beide documenten zijn een uitwerking van artikel 3 van het convenant. Ze zijn apart vastgesteld door de convenantpartners en worden door hen onderhouden.

 

Convenant, kwaliteitscode EVC, normtekst en werkafspraken samen één geheel

Het convenant, de kwaliteitscode EVC, de normtekst en de werkafspraken vormen een ondeelbaar geheel. De beoordelende organisaties beoordelen de EVC-kwaliteit van de aanbieder aan de hand van de normtekst bij de kwaliteitscode EVC. Zij doen dit in het licht van de tekst van het convenant. De uitgangspunten en principes die in de tekst van het convenant zijn verwoord zijn leidend voor het onderzoek en de beoordelingsuitkomst.