Toelichting bij het format Ervaringscertificaat

ErVaringsCertificaat is synoniem voor EVC-rapportage
Inleiding
In de Kwaliteitscode EVC staat vermeld dat elke EVC-procedure moet resulteren in een ErVaringsCertificaat volgens het basisformat van het Kenniscentrum EVC. Hierin staan de gegevens en criteria die uw organisatie minimaal dient te gebruiken in het ErVaringsCertificaat.
Het ErVaringsCertificaat is het eindproduct van elke individuele EVC procedure en heeft een aantal functies: feedback voor de kandidaat, een communicatiemiddel richting de EVC opdrachtgever en een communicatiemiddel richting de organisatie voor vervolgmogelijkheden (opleidingsinstituut, nieuwe werkgever, bemiddeling/re-integratie, etc.).
Het ErVaringsCertificaat dient voor meerdere partijen begrijpelijk te zijn. Daarom is het belangrijk te zorgen voor een compleet en herkenbaar beeld. Hieronder staan daarom een aantal tips over de schrijfwijze van het ErVaringsCertificaat:
- Zorg er voor dat de rapportage niet te lang wordt. Ga uit van circa drie à vier pagina’s A4 met een normale lettergrootte.
- Gebruik positieve bewoordingen en opbouwende feedback: het uit-gangspunt aan te tonen wat iemand kan.
- Voorkom uitwijdingen en detailinformatie en koppel uw beschrijvingen zo concreet mogelijk aan de beoordelingsstandaard.
- Zorg dat de informatie in de rapportage is gestoeld op feiten en ge-bruik concrete voorbeelden.
- Wees precies in de mate waarin u beschrijft dat iemand een compe-tentie beheerst.
- Zorg ervoor dat de conclusie geen verrassingen bevat. Verwoord de conclusie kernachtig zodat de lezer direct ziet wat de kernpunten zijn.
- Schrijf de rapportage zoveel mogelijk in de derde persoon, in de te-genwoordige tijd en in de actieve vorm (dus zo min mogelijk het woord ‘worden’ gebruiken)
- Gebruik schrijftaal, geen spreektaal.
- Voorkom formele woorden en gebruik alleen vaktermen die echt algemeen bekend zijn.
- Varieer met korte en lange zinnen en gebruik zo min mogelijk bijvoeglijke naamwoorden.
Hieronder vindt u per kopje uit het ErVaringsCertificaat een toelichting op wat u dient te omschrijven.
Logo van Erkend EVC aanbieder
Dit logo krijgt de EVC-aanbieder van het Kenniscentrum EVC met de brief waarin staat dat de EVC-aanbieder erkend is.
Gegevens EVC aanbieder
Voor ieder doorlopen EVC-traject wordt een uniek nummer aan het ErVa-ringsCertificaat toegekend. De EVC-aanbieder beheert zelf deze nummerregistratie. Het nummer is dus uniek bij de aanbieder. Dit nummer wordt onder andere gebruikt voor het verzamelen van statistische gegevens door het Kenniscentrum EVC.
Hier vermeldt u tevens de naam (of namen) van de assessoren.
Gegevens kandidaat
Vul hier de persoonsgegevens van de kandidaat in, zodat altijd duidelijk is om welke persoon het gaat. Indien vrouwelijke kandidaten gehuwd zijn, hier meisjesnaam vermelden.
Minimaal verplichte onderdelen:
Minimaal de volgende onderwerpen moeten in het ErVaringsCertificaat be-schreven worden. De vorm en volgorde is vrij.
Indien gewenst kunnen onderwerpen worden toegevoegd.
Doelstelling van de kandidaat
Geef hier het doel van de kandidaat aan: wat was zijn doel of vraag aan het begin van de EVC-procedure? Waarom is hij met EVC gestart? Is het EVC-traject bijvoorbeeld doorlopen met het oog op loopbaanontwikkeling en/of wil de kandidaat zich gericht bijscholen? Iedere kandidaat heeft een persoonlijk doel met EVC. Geef aan op welke manier deze EVC-procedure bijdraagt aan de invulling van de loopbaan van de kandidaat.
De toegepaste landelijke standaard
Het gaat hier om een landelijk erkende beroeps- of opleidingsstandaard die relevant is voor het werkveld en een civiel effect heeft. Met civiel effect wordt bedoeld dat er voor de kandidaat mogelijkheden ontstaan op de landelijke arbeidsmarkt na het volgen van de EVC-procedure en dat de resultaten van de EVC-procedure overdraagbaar zijn. Het gaat bijvoorbeeld om landelijke afspraken over toelating tot beroepsgroepen of opleidingen. Voorbeelden van standaarden met civiel effect zijn CREBO, CROHO en branche-erkende profielen.
Geef ook een niveau weer, bij een branche-erkende standaard een niveau- indicatie, en maak hierbij de keuze uit: MBO 2 t/m 4, HBO Associate Degree, HBO bachelor, HBO Master, WO Bachelor of WO Master.
In een aantal gevallen komt het voor dat bij de loopbaan van een kandidaat erkenning van competenties uit meerdere profielen past. Benoem in dat geval alle relevante standaarden en vermeld de gebruikte onderdelen. Voorwaarde is wel dat in ieder geval een landelijke standaard volledig ge-bruikt is. Ook kan het voorkomen dat erkenning gevraagd wordt van competenties die niet voorkomen in landelijk erkende standaarden. Deze competenties kunnen ook worden opgenomen als aanvulling op tenminste één landelijk erkende standaard. Denk hierbij aan aanvullende competenties die in organisaties waar de kandidaat werkt of wil werken, van toepassing zijn.
De doorlopen stappen van de EVC-procedure
Beschrijf hier de stappen in de EVC-procedure die de kandidaat doorlopen heeft.
De gehanteerde instrumenten
Geef hier aan welke instrumenten zijn gebruikt in de EVC-procedure.
Bijvoorbeeld beoordeling portfolio (geef daarbij ook de onderdelen in het portfolio aan, bijvoorbeeld zelfbeoordelingsformulieren, 360 graden feed-back formulieren, bewijsstukken zoals producten uit de eigen ervaringspraktijk, maar ook foto’s en tekeningen e.d., START-formulieren, ervaringsverslagen etc.), criteriumgericht interview, 360 graden feedback, werkplekbezoek, proeve van bekwaamheid, etc.
De erkende competenties
Met het erkennen van competenties wordt bedoeld: het bevestigen dat ie-mand bepaalde competenties beheerst.
Erkennen in de zin van ‘verzilvering’ wordt hier buiten beschouwing gelaten. Deze vorm van erkennen kan een vervolgstap zijn na een EVC-traject en is alleen voorbehouden aan organisaties die het recht hebben om diploma’s en certificaten te verstrekken.
Let op: Een EVC-procedure heeft tot doel competenties te erkennen. Ver-meld in deze paragraaf dan ook alleen die competenties die (gedeeltelijk) erkend worden en laat competenties die in het geheel niet erkend worden, achterwege.
MBO
In het MBO maakt men gebruik van de Competentiegerichte Kwalificatiestructuur. Om praktische redenen beschrijft u op welke kerntaken en/of werkprocessen de beoordeling betrekking heeft. Geef hier dus een overzicht van de competenties, kerntaken en/of werkprocessen die erkend worden.
U beschrijft eveneens in welke mate u van mening bent dat de kandidaat de competentie, kerntaak of werkproces beheerst.
Zijn daarnaast ook andere competenties gebruikt in de EVC-beoordelingsstandaard, dan voegt u die uiteraard ook toe.
HO
Voor een EVC-traject dat gemeten is aan een HO-standaard, geeft u een overzicht van de competenties gebaseerd op de landelijke standaarden op HO-niveau. Zijn daarnaast ook andere competenties gebruikt in de EVC-beoordelingsstandaard, dan voegt u die uiteraard ook toe. U kunt dit eventueel aanvullen met de tien algemeen erkende HBO-kwalificaties of de vijf Dublin-descriptoren (ook gebruikt in het WO), indien u die ook opgenomen heeft in de gehanteerde EVC-beoordelingsstandaard.
De beheersing van dergelijke algemene kwalificaties/competenties is afhankelijk van de inhoudelijke context waar ze gemeten zijn. Bij de beschrijving van deze kwalificaties/competenties beschrijft u daarom ook de inhoudelijke context.
Geef bij de beoordeling van ieder van de competenties het niveau aan waarop die competentie is vastgesteld bij de kandidaat. Neem daarnaast ook een toelichting/operationalisatie van de gehanteerde niveau-indeling op in de EVC-rapportage. Het HO kent geen uniforme, landelijke niveau-indeling van competenties en een toelichting is daarom in verband met de overdraagbaarheid onmisbaar.
Branche
Branchestandaarden zijn heel divers. Er is geen standaardmethode waarin alle branchestandaarden zijn beschreven.
Gebruik bij het beschrijven van de competenties die erkend worden, zoveel mogelijk de ‘taal’ die gebruikt wordt in de branche. U beschrijft hier tevens de inhoudelijke context van de werkzaamheden waaruit blijkt dat de kandidaat de competentie beheerst. Zijn daarnaast ook andere competenties gebruikt in de EVC-beoordelingsstandaard, dan voegt u die uiteraard ook toe.
Een conclusie passend bij de doelstelling van de kandidaat
Beschrijf in de conclusie kort de resultaten van uw beoordeling. Het beschrijft waar de kandidaat staat. Breng hier het resultaat in relatie tot het loopbaandoel van de kandidaat.
Een duidelijke onderbouwing van de erkenningen met daarin beschreven:
- een specifieke opgave voor welke onderdelen van de gehanteerde lande-lijke standaard erkenningen worden verstrekt. Deze onderdelen worden apart benoemd (voor mbo-standaarden bijvoorbeeld per deelkwalificatie, kerntaak of werkproces);
- op basis van welke bewijzen erkenning plaatsvindt. Waarmee of hoe toont de kandidaat per onderdeel van de landelijke standaard aan dat hij competent is?
- de relatie tussen a en b: waarom leidt het bewijs dat de kandidaat aan-draagt bij de assessor(en) per onderdeel van de landelijke standaard tot de overtuiging dat er reden is voor erkenning.
Voorbeeld:
Uit de bewijzen die mevrouw Kaspers aandroeg over de periode 2003-2005 waarin zij bij Jansen BV leiding gaf aan een afdeling van 40 assembleerders, blijkt dat zij beschikt over goede leidinggevende capaciteiten. Zo is de Gouden Pluim voor Leiders in Lopende Bandwerk die zij op 11 augustus 2004 ontving een begrip in de industrie. De drie functioneringsverslagen uit diezelfde periode (van 10.3.2003, 20.4.2004, 15.3.2005) bevestigen het beeld van een solide leidinggevende, alsook overigens de Brief van Bevordering (van 3.9.2004) van de afdeling Personeelszaken van Jansen BV, waarin mevrouw Kaspers op grond van ‘uitzonderlijk presteren als teamleider’ een bonus krijgt toegekend, plus twee extra periodieken. De verschillende getuigschriften die mevrouw Kaspers aandroeg bevestigen dit beeld.
Onderbouw de beoordeling van de competenties van de kandidaat aan de hand van concrete activiteiten (werkprocessen, kerntaken, beroepstaken, beroepsactiviteiten en/of beroepsproducten) die de kandidaat op het betreffende niveau kan uitvoeren. Zorg ervoor dat de formulering van de onderbouwing zodanig is dat deze voor buitenstaanders herkenbaar en begrijpelijk is in verband met de overdraagbaarheid. Formuleer alles zoveel mogelijk in positieve termen.
Aanbevelingen
Beschrijf in de aanbevelingen, passend bij het doel van de kandidaat, welke activiteiten een kandidaat kan doen om zijn loopbaandoel volledig te realiseren:
- Hoe zou de kandidaat zijn verworven competenties (beter) kunnen benutten en hoe zou hij verder kunnen werken aan zijn persoonlijke ontwikkeling, gezien zijn loopbaandoel?
- Benoem welke competenties nog ontwikkeld zouden moeten worden als hij zijn loopbaandoel wil realiseren.
- Geef zo mogelijk aanbevelingen over leer- en ontwikkelactiviteiten op de werkplek, coaching etc. Geef aan welke rol de huidige werkomgeving hierin zou kunnen vervullen.
- Geef ook aan welke opleiding, certificaat of diploma aan het loopbaandoel van de kandidaat kunnen bijdragen.
- Vermeld hier met welke opleidingsorganisaties, werkgevers en/of branches u samenwerkingsafspraken heeft die betrekking hebben op het erkennen van de conclusies en aanbevelingen uit het ErVaringsCertificaat.
Let op: het benoemen van aanbevelingen in het kader van het loopbaandoel van de kandidaat is breder dan alleen opleidingsadvies! Opleiding is vaak slechts een onderdeel van alle mogelijkheden die voor een loopbaan vereist zijn.
Ondertekening EVC-aanbieder
Het proces rondom EVC is bij iedere EVC-aanbieder anders georganiseerd. Om die reden dient een ErVaringsCertificaat door een verantwoordelijke binnen de EVC-aanbiedende organisatie ondertekend te worden. In uw organisatie kan zijn afgesproken dat de assessor het ErVaringsCertificaat ondertekent.
U kunt deze toelichting ook downloaden.

